|
vrijdag 07 oktober 2005 |
Een virus is een minuscuul computerprogramma dat zichzelf kan
kopieren en soms ook gedurende dat proces van vorm kan veranderen. Dat
voorkomt namelijk detectie en daarmee de bestrijding. In feite werkt
een computervirus hetzelfde als een virus dat zich onder mensen
verspreid. Het programma zoekt een slachtoffer op wiens systeem het
virus in leven kan blijven. Gedurende zijn leven verricht het virus
bepaalde acties en zal zich trachten te kopieren naar andere systemen
om in leven te blijven.
Virussen verspreiden zich meestal via internet, via veiligheidsgaten in
besturingssystemen of programma's. Immers, de makers van
besturingssystemen of programma's publiceren uitvoerig over de gaten in
hun software om ervoor te zorgen dat bonafide programmeurs daarvan op
de hoogte komen en zich tegen eventuele problemen kunnen wapenen. De
slachtoffers van virussen zijn dan ook vaak computergebruikers die geen
veiligheidsdiscipline (antivirus- en -spywareprogramma's) hanteren.
Wormen
Virussen worden ook wel eens wormen of Trojans/paarden van Troje
genoemd. Een worm verspreidt zich zonder dat het bijvoorbeeld een
spelletje, tekstdocument, scripts of peer-to-peer-programma als
'drager' nodig heeft. De worm 'leeft' onder de spreekwoordelijke grond,
in de kern van het computersysteem, en verspreid zich via openstaande
poorten via internet. Een Trojan zit verstopt in, bijvoorbeeld, een
e-mail en zet ongemerkte achterdeurtjes op de computer open om andere
ongenode gasten binnen te laten of zichzelf 'uit' te laten. De grens
tussen pure virussen, trojans en wormen vervaagt met de tijd steeds
verder. Ze nemen kenmerken van elkaar over.
Een computervirus heeft altijd een doel. Het primaire doel is in leven
blijven, zichzelf kopieren naar andere dragers. Andere doelen zijn
bijvoorbeeld: het wissen van bestanden, het open zetten van
achterdeurtjes op een computer, persoonlijke gegevens van de gebruiker
opzoeken en doorsturen maar ook het versturen van spam of virussen. Er
zijn bijvoorbeeld virussen die zichzelf op pc's installeren en
vervolgens als mini-mailserver opereren.
Waar zit een virus?
Een virus nestelt zich op de harde schijf van een computer. In het
extreemste geval kan een virus alle gegevens van een harde schijf
wissen of onbruikbaar maken. Virussen kunnen geen fysieke schade
toebrengen aan de hardware van een computer. De term computer moet
breed opgevat worden.
Behalve de pc van een eindgebruiker kan een virus zich ook nestelen op
een server (een netwerkcomputer), maar bijvoorbeeld ook in nieuwe
generaties mobiele telefoons. Immers, nieuwe typen mobiele telefoons
hebben ingewikkelde besturingssystemen waarmee men pc-achtige functies
kan vervullen, zoals films kijken of MP3's luisteren.
Hoe werkt een virus?
Allereerst zal een virus een pc binnen willen dringen. Virusschrijvers
schrijven meestal software die gericht is op de grootste gemene deler.
In de huidige wereld zijn dat gebruikers van een
Windows-besturingssysteem, Internet Explorer als surfprogramma en
Outlook (EXpress) als mailprogramma. Dat is niet altijd zo geweest. Het
eerste virus richtte zich op Apple Dos 3.3. Apples Mac OS X blijft, net
als Linux, tegenwoordig meestal buiten schot omdat ze in essentie zijn
gebaseerd op het oude en stabiele besturingssysteem Unix. Unix wordt
nog steeds veel gebruikt binnen bedrijven.
Als het virus eenmaal een zwakke schakel op een pc heeft gevonden en
via floppy, e-mail, document, script, programma of welke drager dan ook
op de pc is geintroduceerd, zal het een plekje zoeken om 'te wonen'.
Het virus installeert zich met een obscure, algemene bestandsnaam op
een plek op de harde schijf waar je normaal nooit zal kijken. Door zich
aan de aandacht te onttrekken, verkleint het de kans op detectie.
Sommige virussen installeren zich ook diep in het geheugen van een
computer. Hierdoor gaat een virus als laatste uit als de pc uitgaat en
als eerste aan. Het virus houdt zodoende controle op eventuele
'aanvallers' (lees: antivirusprogramma's). Op dit punt zoekt het virus
ook al weer de weg naar buiten. Het zoekt een vehikel om zich naar de
volgende pc te verspreiden. Dat kan een mailprogramma zijn, een
geinfecteerd spel of een p2p-programma als Kazaa (dat vervolgens
bijvoorbeeld een MP3 infecteert). Het virus gaat, nadat het zichzelf
bedrijfsklaar heeft gemaakt, terug in slaapstand.
Pas als de gelegenheid zich voordoet, komt het virus tot leven. Als het
ziet dat het mailprogramma aangaat en de gebruiker on line komt,
bijvoorbeeld, zoekt het naar alle beschikbare e-mailadressen en gaat
zichzelf heimelijk versturen naar alle bekenden van de
computereigenaar. Dat is slechts een van de taken die een virus uit kan
voeren. Even zo goed, kan het de computer de opdracht geven zichzelf te
formateren of contact te zoeken met IRC, een soort 'buitenwijk' van
internet. Een ander voorbeeld, niet zo schadelijk, zijn de virussen die
op bepaalde dagen bepaalde acties uitvoeren. Zijn dat grappen in de
richting van: het printen van nieuwjaarsgroet als de printer op 1
januari aan gaat. Technisch kan het, maar helaas hebben huidige
generaties virusschrijvers weinig gevoel voor humor meer.
|